Er komt een nieuwe wet aan die het veiligheidsbeleid op scholen ingrijpend verandert. Het Wetsvoorstel vrij en veilig onderwijs, dat momenteel door de Tweede Kamer wordt behandeld, introduceert een reeks nieuwe verplichtingen voor alle scholen in het primair onderwijs, voortgezet onderwijs en speciaal onderwijs. De wet is geen revolutie maar een aanscherping: de meeste scholen doen al veel van wat de wet verplicht, maar nu wordt het wettelijk vastgelegd en gecontroleerd door de inspectie.
Hier is een overzicht van wat de wet concreet verandert en wat dat betekent voor jouw school.
1. Verplichte registratie én melding van veiligheidsincidenten
De wet verplicht scholen om alle veiligheidsincidenten te registreren. Dat gaat verder dan wat de meeste scholen nu al doen. Niet alleen fysiek geweld en pesten, maar elk incident waarbij een leerling, ouder of personeelslid sociale, fysieke of psychische schade oploopt of dreigt op te lopen, moet worden bijgehouden.
Ernstige veiligheidsincidenten moeten bovendien worden gemeld bij de Inspectie van het Onderwijs. De wet noemt als voorbeelden situaties die een ontwrichtend effect hebben op de school: ernstig geweld, seksueel misbruik en ook suïcide van een leerling of personeelslid die ernstige gevolgen heeft voor de orde en veiligheid op school. De inspectie verwacht dat zij bij zulke incidenten tijdig wordt geïnformeerd zodat zij indien nodig kan ingrijpen of ondersteuning kan wijzen.
Volgens de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel heeft op dit moment 97 procent van de basisscholen en 93 procent van de VO-scholen al een incidentenregistratie. Maar slechts 69 procent van de basisscholen en 73 procent van de VO-scholen registreert ook daadwerkelijk systematisch. Die laatste groep moet met de nieuwe wet aan de slag.
2. Verplichte interne én externe vertrouwenspersoon
Elke school moet een interne én een externe vertrouwenspersoon aanstellen, voor leerlingen, ouders én personeel. De interne vertrouwenspersoon is een bekend gezicht binnen de school. De externe vertrouwenspersoon is iemand buiten de school, voor situaties waarbij het om welke reden dan ook niet veilig voelt om intern iets te melden.
Kleine scholen met minder dan 150 leerlingen mogen volstaan met alleen een externe vertrouwenspersoon. Voor de rest geldt: beide zijn verplicht. De vertrouwenspersoon mag geen lid zijn van het schoolbestuur of de schoolleiding. Het merendeel van de scholen heeft deze functies al ingevuld: 83 procent van de basisscholen en 68 procent van de VO-scholen heeft al zowel een interne als externe vertrouwenspersoon.
3. Verplichte aansluiting bij een landelijke klachtencommissie
Scholen moeten zich aansluiten bij een erkende landelijke klachtencommissie. Die commissie behandelt klachten van ouders, leerlingen en personeel op een professionele en onafhankelijke manier. Nieuw is dat het oordeel van de klachtencommissie in beginsel moet worden opgevolgd, tenzij er dringende redenen zijn om ervan af te wijken. Als een school het oordeel niet opvolgt, kan de klachtencommissie dat melden bij de inspectie.
94 procent van de scholen is al aangesloten bij een landelijke klachtencommissie. Voor de overige 6 procent is dit een nieuwe verplichting.
4. Uitbreiding meld- en overlegplicht seksuele intimidatie
De huidige meld- en overlegplicht voor seksueel misbruik wordt uitgebreid. Personeel moet voortaan ook vermoedens van seksuele intimidatie melden bij het schoolbestuur, en het schoolbestuur moet daarover overleggen met de vertrouwensinspectie. De uitbreiding geldt ook voor situaties waarbij meerderjarige leerlingen of studenten betrokken zijn, al vervalt voor die groep de aangifteplicht uit respect voor hun eigen autonomie.
5. Jaarlijkse evaluatie van het veiligheidsbeleid
Scholen zijn verplicht om minimaal één keer per jaar het veiligheidsbeleid te evalueren. Bij die evaluatie moeten in ieder geval de resultaten van de leerlingmonitor, de incidentenregistratie, informatie over de veiligheidsbeleving van personeel en het verslag van de vertrouwenspersoon worden betrokken. De uitkomsten van de evaluatie moeten worden gedeeld met de medezeggenschapsraad.
Daarvoor moet elke school een veiligheidscoördinator aanstellen die deze evaluatie begeleidt.
6. Verplichte leerlingmonitor veiligheid
Scholen zijn al verplicht om de veiligheidsbeleving van leerlingen te monitoren. De nieuwe wet stelt aanvullende eisen aan die monitor: hij moet gestandaardiseerd, valide en betrouwbaar zijn. De resultaten worden jaarlijks naar de inspectie gestuurd. In een onderliggend besluit wordt verder geregeld voor welke leerjaren de monitor verplicht is. De verwachting is dat dit vanaf groep 6 geldt.
Wanneer gaat de wet in?
Het wetsvoorstel wordt op dit moment behandeld door de Tweede Kamer. De beoogde inwerkingtreding is 1 augustus 2026, mits de behandeling tijdig is afgerond. Scholen doen er verstandig aan om nu al te inventariseren welke verplichtingen zij al voldoen en waar nog actie nodig is.
Hoe EpexMind scholen helpt voorbereiden
Het Mentaal Gezond Onderwijs systeem van EpexMind sluit direct aan bij de nieuwe verplichtingen. De welzijnscheck voldoet aan de eisen voor een gestandaardiseerde leerlingmonitor. Het dashboard maakt incidentpatronen zichtbaar en ondersteunt de jaarlijkse evaluatie van het veiligheidsbeleid. En de rapportage die aan het einde van het jaar wordt gegenereerd, geeft scholen de documentatie die nodig is voor de inspectie.










